Wet: Titel 9 Boek 2 BW

Artikel 2:384 BW: de grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Artikel 2:384 BW is het basisartikel van de waardering: welke grondslagen mogen, wanneer winst telt, wat de continuïteitsveronderstelling vraagt en wanneer u van grondslag mag wisselen.

✓ Eerste jaarrekening gratis ✓ Micro tot grote rechtspersoon ✓ Publicatieversie per grootteklasse ✓ Primaire database in de EU · verwerkersovereenkomst

Het korte antwoord

Artikel 2:384 BW bepaalt dat u waardeert tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of tegen actuele waarde, met voorzichtigheid: winst telt pas als zij gerealiseerd is, bekende verplichtingen neemt u mee. U gaat uit van continuïteit, licht de grondslagen per post toe en wisselt alleen om gegronde redenen. Micro en klein mogen fiscale grondslagen kiezen.

Bijgewerkt op 27 oktober 2026

Kerngegevens

Plaats in de wetAfdeling 6 van Titel 9: grondslagen van waardering en van bepaling van het resultaat
Voor wieElke klasse. Micro: de waarderingsregels wel, de toelichtingsplichten niet (art. 2:395a lid 6 BW). Micro en klein: fiscale grondslagen mogelijk (art. 2:395a lid 7 en 2:396 lid 6 BW)
Lid 4Besluit actuele waarde: welke actuele waarde voor welk actief; een micro mag niet tegen marktwaarde waarderen (art. 5a)
UitwerkingRJ 110 tot en met 135, RJ 140 (stelselwijzigingen), RJ 170 (continuïteit), RJ 122 (vreemde valuta), RJ 290 (financiële instrumenten); RJk A2 en A3

Lid 1 en 4: welke grondslagen mogen

1. Bij de keuze van een grondslag voor de waardering van een actief en van een passief en voor de bepaling van het resultaat laat de rechtspersoon zich leiden door de voorschriften van artikel 362 leden 1-4. Als grondslag komen in aanmerking de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud, de grenzen en de wijze van toepassing van waardering tegen actuele waarden.

art. 2:384 lid 1 en 4 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Wat betekent dit. Er zijn twee soorten grondslagen: wat het actief u heeft gekost (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, zie artikel 2:388) en wat het nu waard is (actuele waarde). Welke past, hangt af van het inzicht dat de jaarrekening moet geven (artikel 2:362). Het Besluit actuele waarde, gebaseerd op lid 4, bepaalt per soort actief welke actuele waarde u gebruikt: voor een bedrijfspand de actuele kostprijs (of de lagere realiseerbare waarde), voor beleggingen en financiële instrumenten de marktwaarde. Een microrechtspersoon mag niet tegen marktwaarde waarderen (art. 5a Besluit actuele waarde; RJk M1.303). Voor gekochte goodwill is alleen de kostprijs toegestaan (art. 2:385 lid 4 BW).

Lid 2: voorzichtigheid en realisatie

2. Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

art. 2:384 lid 2 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Wat betekent dit. Lid 2 bevat drie regels. Ten eerste het voorzichtigheidsbeginsel: bij twijfel schat u activa en opbrengsten niet te hoog en schulden en kosten niet te laag, maar u maakt de cijfers ook niet bewust te somber. Ten tweede het realisatiebeginsel: een order die in december is getekend maar in januari wordt geleverd, levert in december nog geen winst op. Ten derde de omgang met verplichtingen: wat vóór de balansdatum is ontstaan en bekend wordt vóór het opmaken, neemt u mee; dat is een plicht. Voor verplichtingen die alleen voorzienbaar zijn en voor mogelijke verliezen zegt de wet "kunnen"; wanneer dat tot een voorziening leidt, bepalen RJ 252 en RJk B10.

Lid 3: de continuïteitsveronderstelling

3. Bij de waardering van activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat het geheel der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar juistheid aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet.

art. 2:384 lid 3 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Wat betekent dit. Normaal waardeert u alsof het bedrijf doorgaat: een machine staat op haar boekwaarde, niet op de prijs bij een gedwongen verkoop. Staat vast dat de activiteiten stoppen, dan waardeert u op liquidatiebasis en legt u het verschil uit. Is er gerede twijfel, maar is voortzetting nog reëel, dan houdt u de gewone grondslagen aan en beschrijft u de onzekerheid. RJk A2.211 maakt duidelijk dat "gerede twijfel" hier hetzelfde betekent als een materiële onzekerheid over de continuïteit in de controleverklaring. De RJk-editie voor 2027 bevat, anders dan die voor 2025, een lijst met signalen, zoals een negatief eigen vermogen of het niet halen van bankconvenanten (RJk A2.214a). Zie RJ 170 continuïteit en continuïteit.

Lid 5 en 6: toelichten en niet zomaar wisselen

5. De grondslagen van de waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat worden met betrekking tot elk der posten uiteengezet. De grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta luidende bedragen worden uiteengezet; tevens wordt vermeld op welke wijze koersverschillen zijn verwerkt.

6. Slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande boekjaar.

art. 2:384 lid 5 en 6 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Wat betekent dit. Per balanspost legt u in de toelichting uit hoe u waardeert en wanneer u opbrengsten en kosten neemt. Hebt u bedragen in vreemde valuta, dan zegt u tegen welke koers u omrekent en waar de koersverschillen terechtkomen; zie RJ 122. Lid 6 is de bestendige gedragslijn: een andere grondslag kiezen mag alleen met een goede reden, zoals een wettelijke eis, een nieuwe richtlijn of een duidelijk beter inzicht. U zegt waarom, en laat met aangepaste cijfers zien wat het verschil is. RJk A3.115 beveelt aan in elk geval het effect op het lopende boekjaar te tonen. Uitwerking: RJ 140 stelselwijzigingen.

Lid 7 en 8: waardeveranderingen direct in het resultaat of via de reserve

7. Waardeveranderingen van:

a. financiële instrumenten;

b. andere beleggingen; en

c. agrarische voorraden waarvoor frequente marktnoteringen bestaan

die op grond van lid 1 tegen de actuele waarde worden gewaardeerd, kunnen in afwijking van de tweede zin van lid 2 onmiddellijk in het resultaat worden opgenomen, tenzij in deze afdeling anders is bepaald. Waardeveranderingen van afgeleide financiële instrumenten, voorzover niet bedoeld in lid 8, worden, zo nodig in afwijking van lid 2, onmiddellijk ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht.

8. Waardeveranderingen van financiële instrumenten die dienen en effectief zijn ter dekking van risico's inzake activa, activa in bestelling en andere nog niet op de balans opgenomen verplichtingen, dan wel inzake voorgenomen transacties worden rechtstreeks ten gunste dan wel ten laste van de herwaarderingsreserve gebracht, voor zover dat noodzakelijk is om te bereiken dat deze waardeveranderingen in dezelfde periode in het resultaat worden verwerkt als de waardeveranderingen die zij beogen af te dekken.

art. 2:384 lid 7 en 8 BW (tekst geldend vanaf 1 juli 2026)

Wat betekent dit. Lid 7 maakt een uitzondering op het realisatiebeginsel: een aandelenportefeuille, een vastgoedbelegging of graan met een beursnotering die u tegen actuele waarde waardeert, mag u laten meebewegen in de winst-en-verliesrekening, ook als u niets hebt verkocht. Voor activa zonder frequente marktnotering vormt u dan wel een herwaarderingsreserve ten laste van de vrije reserves. Een derivaat dat u tegen actuele waarde waardeert en dat geen afdekking is, gaat altijd direct door het resultaat. Lid 8 regelt hedge-accounting: dekt een renteswap het renterisico van een toekomstige lening af, dan parkeert u de waardeveranderingen in de herwaarderingsreserve tot de afgedekte rente in het resultaat valt. Zie RJ 290.

Wat elke klasse toepast en wat per jaar verschilt

KlasseWat geldt
Micro (balanstotaal ≤ € 450.000, netto-omzet ≤ € 900.000, < 10 werknemers)Lid 1 tot en met 4, 7 en 8 als waarderingsregels; geen toelichting volgens lid 3, 5 en 6 (art. 2:395a lid 6 BW), behalve als het inzicht in ernstige mate tekortschiet, zoals bij een materiële onzekerheid over de continuïteit (RJk M1.202). Geen marktwaarde. Fiscale grondslagen mogen, met een vermelding onder de balans (art. 2:395a lid 7 BW)
Klein (balanstotaal ≤ € 7,5 mln, netto-omzet ≤ € 15 mln, < 50 werknemers)Alles, inclusief de toelichting; de RJk-bundel noemt in afdeling 6 geen vrijstellingen. Fiscale grondslagen mogen, met vermelding en een opgave van posten die daardoor belangrijk afwijken (art. 2:396 lid 6 BW; art. 3 Besluit fiscale waarderingsgrondslagen)
Middelgroot (balanstotaal ≤ € 25 mln, netto-omzet ≤ € 50 mln, < 250 werknemers)Alles; geen fiscale grondslagen
Groot (balanstotaal > € 25 mln, netto-omzet > € 50 mln, ≥ 250 werknemers)Alles; geen fiscale grondslagen

Het artikel luidt voor de boekjaren 2025, 2026 en 2027 hetzelfde. Wat schuift, zijn de richtlijnen: RJk A2 is aangepast voor boekjaren vanaf 2026 en opnieuw vanaf 2027; de editie voor 2027 bevat, anders dan die voor 2025, de signalen voor continuïteitsonzekerheid en een alinea over wanneer posten apart moeten worden getoond (RJk A2.113a). RJ 115 kreeg voor 2027 een vergelijkbare alinea (RJ 115.213a). De eerste toepassing van het microregime geldt als stelselwijziging die de micro niet hoeft toe te lichten (RJk M1.304).

Casus: een drukkerij met een claim en een vertrekkende klant

Drukkerij Westkant BV (fictief, klein) sluit 2026 af met een eigen vermogen van € 40.000 volgens het concept. In februari 2027 eist een klant € 18.000 voor een misdruk die in december 2026 is geleverd; de drukkerij erkent de fout. In januari 2027 zegt de grootste klant, goed voor 40% van de omzet, het contract op en wil de bank extra zekerheid. Bij het opmaken op 20 mei 2027 lopen de gesprekken met de bank nog. Het bestuur denkt dat voortzetting reëel is, maar zeker is het niet. Een order van € 25.000 die in december is getekend en in januari is gedrukt, staat in het concept als omzet 2026; het papier ervoor (€ 16.000) is in december ingekocht en als kosten geboekt.

StapArtikel 2:384Effect op het eigen vermogen
Eigen vermogen volgens concept€ 40.000
Claim misdruk: oorsprong 2026, bekend vóór opmakenLid 2, derde zin: verplicht meenemen− € 18.000 (voorziening)
Order van december, gedrukt in januari: winst nog niet gerealiseerd. De omzet van € 25.000 vervalt, het papier van € 16.000 wordt voorraadLid 2, tweede zin− € 9.000
Eigen vermogen 31 december 2026€ 13.000
Opzegging grootste klant, financiering onzekerLid 3: gewone grondslagen, onzekerheid toelichtenGeen; wel een uiteenzetting in de toelichting

Controle: 40.000 − 18.000 − 9.000 = 13.000 (zonder belastingeffect, omdat de drukkerij verliezen heeft die zij niet als latentie activeert). Besluit de aandeelhouder vóór het opmaken om te stoppen, dan is voortzetting niet meer de veronderstelling. De drukpers met een boekwaarde van € 120.000 brengt bij verkoop naar verwachting € 45.000 op, en de afwikkeling van het personeel kost € 30.000: het eigen vermogen wordt dan 13.000 − 75.000 − 30.000 = − € 92.000, en de toelichting zet dat verschil met de waardering op continuïteitsbasis uiteen.

Fouten bij grondslagen en continuïteit

  • Een claim die in februari binnenkomt over een levering van december negeren, omdat "het na de balansdatum gebeurde".
  • Bij continuïteitstwijfel stilzwijgen in de toelichting, of meteen naar liquidatiewaarden springen terwijl voortzetting nog reëel is.
  • Ongemerkt van grondslag wisselen, bijvoorbeeld van lineair naar degressief afschrijven, zonder reden en zonder aangepaste cijfers.
  • Grondslagen in algemene zinnen beschrijven ("tegen nominale waarde tenzij anders vermeld") zonder per post te zeggen wat u doet.
  • Fiscale en commerciële grondslagen mengen; wie fiscale grondslagen kiest, past ze allemaal toe.

Zo werkt het bij Jaarrekening.io

Kiest een micro- of kleine rechtspersoon fiscale grondslagen, dan past de app ze op alle posten toe, neemt zij de verplichte vermelding op en vraagt zij bij klein naar posten die daardoor belangrijk afwijken. De grondslagen per post en de beoordeling van de continuïteit blijven oordelen van het bestuur. De eerste jaarrekening in uw account is gratis, voor elke grootteklasse.

Bronnen

Juridische mededeling: deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal of juridisch advies of accountantscontrole. De inhoudelijke juistheid en volledigheid van de jaarrekening blijven de verantwoordelijkheid van het bestuur.

Veelgestelde vragen

Welke waarderingsgrondslagen staat artikel 2:384 BW toe?

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs en de actuele waarde (art. 2:384 lid 1 BW). Welke actuele waarde u gebruikt, bepaalt het Besluit actuele waarde. Micro- en kleine rechtspersonen mogen daarnaast fiscale grondslagen toepassen, mits zij dat voor alle posten doen en het vermelden (art. 2:395a lid 7 en 2:396 lid 6 BW).

Moet ik een claim meenemen die na de balansdatum binnenkwam?

Ja, als de oorzaak vóór het einde van het boekjaar ligt en u de claim kent vóór het opmaken van de jaarrekening (art. 2:384 lid 2, derde zin, BW). Of het een voorziening of alleen een vermelding wordt, hangt af van de kans op betaling en of het bedrag betrouwbaar te schatten is.

Wat moet in de toelichting als de continuïteit onzeker is?

Dat er gerede twijfel is over voortzetting van de activiteiten, met de omstandigheden en de invloed op vermogen en resultaat (art. 2:384 lid 3 BW). Zolang voortzetting reëel is, blijven de gewone grondslagen gelden. Ook een microrechtspersoon geeft die informatie (RJk M1.202).

Mag ik elk jaar een andere waarderingsgrondslag kiezen?

Nee. Alleen wegens gegronde redenen mag u afwijken van de grondslagen van vorig jaar. U zet de reden in de toelichting en laat met aangepaste cijfers voor het boekjaar of het vorige boekjaar zien wat het effect op vermogen en resultaat is (art. 2:384 lid 6 BW).

Lees ook

Klaar voor uw jaarrekening?

Uw eerste jaarrekening is gratis, voor elke grootteklasse. Maak een account aan en stel haar op volgens Titel 9 BW2, van saldibalans tot publicatiestukken.

Gratis starten